Roep om verzoening met Japan, 81 jaar na oorlog in Nederlands-Indië
15 augustus 2026 13:11
Het is vandaag 81 jaar geleden dat ook in voormalig Nederlands-Indië een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog. De geschiedenis ligt nog steeds gevoelig binnen de Indische gemeenschap. Toch riep de voorzitter van de nationale herdenking onlangs in NRC op tot verzoening met Japan. "Verzoening is nodig als we samen de verantwoordelijkheid voor de toekomst willen nemen", zei Paul Doop.
Japan capituleerde op 15 augustus 1945. Onder het Japanse bewind waren tienduizenden Nederlanders en Indische Nederlanders onder erbarmelijke omstandigheden opgesloten in interneringskampen. Velen overleefden dat niet. Ook de Indonesische bevolking had erg geleden onder hongersnood, onderdrukking en dwangarbeid.
De slachtoffers worden vanavond herdacht bij het Indisch Monument in Den Haag. De Japanse ambassadeur is daar niet bij. "Veel mensen binnen de Indische gemeenschap hebben er nog grote moeite mee", zegt Jan Freeke van de Stichting Japanse Ereschulden, die opkomt voor de oorlogsslachtoffers.
Maar Doop vindt toenadering tot Japan ook belangrijk. "Het verdriet is er en blijft. Maar we delen in deze onrustige tijd, van oorlogsdreiging, veel dezelfde waarden als Japan. Het is belangrijk met elkaar in gesprek te zijn over hoe we voorkomen dat er weer oorlog komt."
Nationale Herdenking 15 augustus 1945
De Nationale Herdenking 15 augustus 1945 in Den Haag is vanaf 18.45 uur te volgen op NPO 1 en in de NOS-app.
Aanleiding voor de oproep tot verzoening van voorzitter Doop was zijn gesprek met de Japanse keizer Naruhito, die Nederland afgelopen juni bezocht. "Hij zei zich te realiseren dat mensen nog altijd verdriet voelen over wat er in de Tweede Wereldoorlog is gebeurd", zei Doop in NRC. "Ik voelde zijn oprechte medeleven."
Als hij praat met groepen uit de Indische gemeenschap, merkt Doop vaak behoefte aan een stap naar verzoening. Wat dat precies inhoudt, kan hij nog niet zeggen. "Daarvoor moeten we verder in gesprek. We gaan in ieder geval geen dingen overhaast doen."
Naar Japan voor verzoening
Verzoening hoeft niet per se vergeving te betekenen, zegt Joost van Bodegom van het Peace Exchange Program. Met dit programma konden slachtoffers van de oorlog in Nederlands-Indië tot vorig jaar een zogenoemde 'verzoeningsreis' maken naar Japan.
"Het doel was om door kennismaking met het huidige Japan en de Japanners tot verzoening te komen", zegt Van Bodegom. "Laten zien dat er veel goedwillende Japanners zijn."
Edje Zorgdrager (85) maakte in 2008 zo'n verzoeningsreis. Ze verloor als kleuter haar moeder in het kamp tijdens de Japanse bezetting en had daarna jaren last van trauma's.
Tijdens de reis naar Japan werd Zorgdrager diep geraakt door een foto van een Japans jongetje en zijn overleden broertje na de atoombom op Nagasaki:
De verzoeningsreizen naar Japan zijn dit jaar gestopt, omdat de eerste generatie slachtoffers inmiddels op zo'n leeftijd is dat de Japanse regering het niet meer aandurft. Wel wordt er nagedacht over een vervolg voor de tweede en derde generatie.
Jongere generaties
August de Bats (27) is zoon van een Indische vader en Nederlandse moeder en is aangesloten bij Jong 1508, het jongerennetwerk van de Stichting Nationale Herdenking 15 Augustus 1945.
"Als derde en vierde generatie kijken we weer op een andere manier naar de geschiedenis", zegt hij. "We kijken hoe we de pijnpunten kunnen omzetten in veerkracht." Toen de Japanse ambassade in Den Haag hem en andere Indische jongeren een paar maanden geleden uitnodigden, besloot hij daarom te gaan.
"Het was een mooi, open gesprek", zegt De Bats. "De ambassadeur toonde besef van het pijnlijke verleden en wilde kijken hoe we de relatie kunnen versterken."
Praten kan helend werken, ervaarde De Bats. "In Nederland zijn niet heel veel Japanners, dus we kijken vaak vanuit een historisch perspectief, soms ook met vooroordelen. Bijvoorbeeld dat het een conservatief land is, zonder ruimte voor dialoog. Het gesprek veranderde mijn beeld."
Financiële compensatie
Toch vindt een deel van de Indische gemeenschap dat Japan nog een stap moet zetten, voordat verzoening mogelijk is. Na de oorlog sloot Nederland twee verdragen met Japan, dat hierin akkoord ging met een eenmalige herstelbetaling van 10 miljoen dollar.
Daarmee werd Japan vrijgesteld van toekomstige schadeclaims. Wel maakte de premier van Japan in 1995 excuses voor het oorlogsleed dat het land had aangericht. Maar dat was voor veel mensen binnen de Indische gemeenschap niet genoeg.
De Stichting Japanse Ereschulden demonstreert al meer dan dertig jaar iedere maand bij de Japanse ambassade in Den Haag. De stichting wil dat Japan de Nederlandse slachtoffers financieel compenseert.
De stichting vond de oproep tot verzoening in NRC "een beetje eenzijdig", zegt bestuurslid Freeke. "Verzoening is één kant. De andere kant is financiële compensatie, die moet je daarin betrekken." Zonder compensatie zal de eerste generatie moeite houden met de eventuele aanwezigheid van de Japanse ambassadeur, denkt Freeke.
Financiële compensatie "is niet waar wij in de eerste plaats aan denken als het gaat om werken aan een gemeenschappelijke toekomst", zegt Doop. Ook De Bats ziet meer in dialoog en samenwerking. Hij zou het mooi vinden als de Japanse ambassadeur in de toekomst een krans legt bij de Nationale Herdenking. "Als erkenning van een nare geschiedenis."
Bekijk onze uitlegvideo van vorig jaar over het einde van de Tweede Wereldoorlog in voormalig Nederlands-Indië:
Geïnteresseerd in de Tweede Wereldoorlog?
Abonneer je dan hier op onze nieuwsbrief.
Kleedjesmarkt Ommen ontruimd vanwege gewapende man op marktplein
15 augustus 2026 13:07
De politie heeft vanochtend de Markt in Ommen ontruimd om met zwaarbewapende agenten een man te kunnen oppakken die met een vuurwapen zou hebben gedreigd.
Op het moment van de ontruiming was op het plein vlak bij de Vecht een kleedjesmarkt gaande. Iedereen moest snel weg, terwijl de politie met zwaarbewapende agenten van de Dienst Speciale Interventies (DSI) de Markt opliep. Tegelijkertijd riep de gemeente op om niet meer naar het centrum van Ommen te komen.
Uiteindelijk werd de man in een woning aangehouden, meldt RTV Oost. Naar het wapen wordt nog gezocht, laat een woordvoerder van de politie weten.
Ruzie
Om 08.30 uur vanochtend kreeg de politie een melding dat twee mensen ruzie hadden in een woning in het centrum. "Een half uur later kregen we een melding dat iemand met een vuurwapen gezien zou zijn op de Markt", aldus de politie.
De man ging weer terug naar de woning, waar het de agenten van de DSI rond 11.30 uur lukte hem op te pakken. Er raakte niemand gewond.
Afblazen
Na de gedwongen ontruiming rond 09.00 uur wilde de organisatie proberen de kleedjesmarkt zo snel mogelijk weer op te starten. Maar dat gebeurde niet.
"We hebben het tot 11.00 uur aangekeken. Daarna hebben we de keuze gemaakt om het af te blazen", aldus Dick Dunnewind, voorzitter van de Ommer Bissingh, de lokale zomerfeesten.
Inmiddels is het centrum en ook de Markt in Ommen weer gewoon toegankelijk.
Veilingvos blijkt 'heilige graal' der opgezette dieren: de uitgestorven Tasmaanse tijger
15 augustus 2026 12:58
Een Britse man heeft de "heilige graal" voor natuurhistorische verzamelaars bemachtigd. Bij een veiling in het Verenigd Koninkrijk bleek een opgezette kop van een vos een uitgestorven Tasmaanse tijger.
Volgens koper James Cranfield is de vondst erg bijzonder. Tasmaanse tijgers worden zelden te koop aangeboden. Er zou slechts één andere bekende opgezette kop van het beest bestaan.
Het prijskaartje steeg tijdens de veiling dan ook behoorlijk: van de geschatte waarde van 40 Britse pond (zo'n 47 euro) naar 60.000 pond (zo'n 70.000 euro).
Grappige wiebeloogjes
Volgens de veilingsmeester had de verkoper het beest gekocht op een antiekmarkt voor 50 Britse pond (58 euro). "Puur omdat hij de gekke wiebeloogjes die eraan vastzaten grappig vond", zei de veilingmeester. Door die plastic oogjes zouden mensen hebben gedacht dat het een vossenkop was.
Cranfield is een verzamelaar van beroep met een winkel vol rariteiten ten oosten van Londen. Hij begon te twijfelen aan de categorisering van het te veilen beest vanwege zijn tanden. "Ik heb dagen en slapeloze nachten besteed aan het vergelijken ervan", zei hij.
"Vossen en honden hebben zes bovenste snijtanden tussen de hoektanden, terwijl de Tasmaanse tijger, als buideldier, acht snijtanden heeft", aldus Cranfield. "Er is geen ander dier van vergelijkbare grootte of uiterlijk dat dat heeft."
Biedingsstrijd
Het werd nog even spannend. Net toen het bieden begon, kwam er een andere handelaar opdagen en ontstond er een flinke biedingsstrijd. Uiteindelijk kocht Cranfield het beest voor 60.000 Britse pond. "Ik ben geen rijk man, en dit is een duizelingwekkend bedrag, maar het is de heilige graal en er wordt al gezegd dat het 'onbetaalbaar' is."
De overblijfselen van de laatst bekende Tasmaanse tijger werden in 2022 gevonden in een kast in een museum in het Australische Tasmanië. De laatst levende Tasmaanse tijger is in 1936 in een dierentuin in Tasmanië gestorven.
De Tasmaanse tijger of Tasmaanse buidelwolf is geen tijger of wolf, maar een vleesetend buideldier. De kop lijkt op die van een hond, de strepen op de rug en staart doen denken aan een tijger. Het beest joeg op dieren van niet meer dan 10 kilo.
Cranfield wil nu via scans bevestigd krijgen dat de kop daadwerkelijk van de Tasmaanse tijger is. Daarna hoopt hij van de bijzondere vondst te kunnen genieten. Ook staat hij open om de kop uit te lenen aan musea of wetenschappelijke instituten.
"Omdat dit een belangrijke ontdekking is, hoop ik dat sommige musea geïnteresseerd zullen zijn om het in bruikleen te krijgen, zodat meer mensen dit ongelooflijke exemplaar kunnen zien", aldus Cranfield.
Negen doden gemeld bij Israëlische luchtaanvallen op Zuid-Libanon
15 augustus 2026 12:45
Bij Israëlische luchtaanvallen op Zuid-Libanon zijn negen mensen gedood, onder wie drie kinderen. Ook zijn elf mensen verwond. Dat meldt het Libanese ministerie van Gezondheid. De luchtaanval zou gericht zijn op een woning aan de rand van het dorp Ansar. Ambulancepersoneel zoekt in het puin naar overlevenden.
Het Israëlische leger stelt dat het infrastructuur van Hezbollah heeft aangevallen "als reactie op acties tegen soldaten in de veiligheidszone". Het getroffen gebied ligt ten noorden van de rivier de Litani. Ten zuiden van de rivier bezet het Israëlische leger Libanees grondgebied. Ondanks het staakt-het-vuren voert Israël er bijna dagelijks aanvallen uit.
De Libanese premier Salam heeft de Israëlische luchtaanvallen op Zuid-Libanon veroordeeld en zei dat ze niet op de door Israël genoemde militaire infrastructuur waren gericht. "De gedode kinderen en vrouwen waren geen militaire doelen", stelt Salam in een post op X.
Een van de dodelijkste aanvallen
Bij de serie Israëlische luchtaanvallen werd ook de strategisch gelegen Ali Taher-heuvel geraakt. Vanaf die heuvel is een groot deel van de stad Nabatiye te overzien. Het Israëlische leger hield de Ali Taher-heuvel achttien jaar bezet, totdat het zich in mei 2000 uit Libanon terugtrok.
De bombardementen van vandaag zijn een van de dodelijkste aanvallen sinds het door de VS bemiddelde staakt-het-vuren tussen Israël en Hezbollah dat op 20 juni inging. Volgens het wankele bestand blijven Israëlische troepen in bezet Zuid-Libanon aanwezig totdat Hezbollah is ontwapend en het Libanese leger de controle overneemt.
Deze voorwaarden werden door Hezbollah verworpen. "De raamovereenkomst is een Israëlisch bevel, geschreven met Israëlische inkt, dat door de Libanese autoriteiten is ondertekend," zei Hezbollah-leider Qassem gisteren.
Kritiek VS
De Israëlische minister van Defensie Katz zei donderdag tijdens een bezoek aan de Israëlische troepen in Zuid-Libanon dat Israël zich niet zal terugtrekken totdat Hezbollah is ontwapend.
De VS vindt dat een permanente Israëlische militaire aanwezigheid in het gebied niet strookt met de verplichtingen die zijn vastgelegd in de deal met de Libanese regering.
De strijd tussen Israël en het door Iran gesteunde Hezbollah laaide weer op toen de militante groep raketten op Israël afvuurde nadat Israël en de VS op 28 februari een oorlog waren begonnen tegen Iran. Daarop viel Israël het zuiden van Libanon binnen en voerde het luchtaanvallen uit, waarbij meer dan 4300 mensen om het leven kwamen.
Wat is Hezbollah en wat willen ze?
Het belangrijkste doel van Hezbollah is de verdediging van Libanon tegen aartsvijand Israël. De groep werd begin jaren 80 opgericht met hulp van Iran met het doel om Israël uit Libanon te verdrijven. Israël hield toen grote delen van het zuiden van het land bezet.
De naam Hezbollah betekent letterlijk 'Partij van God'. De beweging is actief in grote delen van Libanon. Ze zijn in het zuiden van het land de belangrijkste politieke en militaire speler. Hezbollah biedt de achterban sociale voorzieningen, van medische zorg tot uitkeringen.
Tegelijk voert Hezbollah een gewapende strijd en wordt de beweging door veel westerse landen gezien als terroristische organisatie. Daarin maken sommige landen onderscheid tussen Hezbollah als politieke en als militante beweging. De Europese Unie zette in 2013 de militante tak van Hezbollah op de terreurlijst.
Jaar na opening verkeert prestigieus Waddencentrum in financiële nood
15 augustus 2026 12:34
Het Werelderfgoedcentrum Waddenzee (WEC) in Lauwersoog verkeert in grote financiële problemen. Het moet een bedrag van 2,8 miljoen euro op tafel leggen, maar kan dat niet.
Het WEC hoopt nu dat gemeente en provincie bijspringen. Gebeurt dat niet, dan staat het voortbestaan van het prestigieuze centrum op het spel, blijkt uit interne documentatie waarover RTV Noord bericht.
Het WEC, gehuisvest bij de aanlegsteiger voor de veerboot naar Schiermonnikoog, ging open in april 2025. Het karakteristieke houten gebouw was bedoeld om het verouderde Zeehondencentrum Pieterburen een "duurzame toekomst" te geven.
In het gebouw worden nu niet alleen zeehonden opgevangen, maar is ook een permanente expositie over de Wadden te zien: de Wadden Experience.
De bouw van het WEC naar een ontwerp van de Deense architect Dorte Mandrup kostte 43,7 miljoen euro, bijna 17,4 miljoen meer dan begroot.
Ecologisch visitekaartje
Aanvankelijk waren er tal van loftuitingen. "Een parel op de grens van land en het Unesco Werelderfgoed Waddenzee", klonk het. Een ander sprak over "een ecologisch visitekaartje van Nederland".
Gaandeweg bleek dat de hoge bouwkosten het WEC als een molensteen om de nek hangen. April dit jaar meldde RTV Noord dat tal van bedrijven en organisaties tot acht maanden moesten wachten op de betaling van hun rekeningen. Zelfs de stratenmaker die de klinkers neerlegde voor de deur, was niet op tijd betaald.
In het krijt
Nu blijkt uit interne documenten dat het WEC voor 2,8 miljoen euro in het krijt staat bij bedrijven die het gebouw realiseerden. Het gaat onder meer om bouwondernemingen, onderaannemers, ingenieursbureaus en interieurbedrijven.
Het WEC zelf zegt zelf geen mogelijkheid te hebben om extra geld op tafel te leggen. De exploitatie van de waddenexpositie plus zeehondenopvang levert niet genoeg op. De opbrengsten uit onder meer entreegelden zijn ongeveer gelijk aan de kosten.
'Faillissement dreigt'
Het WEC probeert nu om een zogenoemd crediteurenakkoord te sluiten met de schuldeisers. Het voorstel is dat het centrum dan in ieder geval de helft van de uitstaande vorderingen betaalt.
Om aan de benodigde anderhalf miljoen euro te komen, vraagt het WEC de gemeente en provincie om bij te springen. Maar dat wordt lastig, want gemeente en provincie zeiden eerder dat ze alleen bereid te zijn geld op tafel te leggen als er een goedgekeurd crediteurenakkoord ligt.
Het WEC houdt hoop. "Echter", zo staat te lezen in de interne documentatie: "indien de vorderingen onverhoopt niet op deze manier kunnen worden afgewikkeld, valt een faillissement van de stichting WEC niet uit te sluiten".
Zorgvuldig
Gemeente en provincie geven geen commentaar. "Wij zijn alles zorgvuldig in kaart aan het brengen en kunnen op dit moment geen mededelingen doen", aldus een woordvoerder van gemeente Het Hogeland. De provincie Groningen uitte zich eerder in soortgelijke termen.
Grote veenbrand in de Ardennen moeilijk te blussen, rook tot in Limburg
15 augustus 2026 12:01
De natuurbrand in het Belgische natuurgebied Hoge Venen, op 20 kilometer van de grens bij Limburg, heeft zeker 900 hectare in de as gelegd. De brand brak gistermiddag uit en verspreidt zich snel, met snelheden van 5 tot 10 kilometer per uur.
Volgens de Belgische brandweer breidt de brand zich nog steeds uit en is deze niet onder controle. De brand is moeilijk te bestrijden door de droge turfgrond. Bij langdurige droogte is turf, dat bestaat uit gedroogd veen van samengeperste plantenresten, zeer brandbaar en moeilijk te blussen, ook omdat branden ondergronds kunnen woeden.
Lastig te bestrijden
Het blussen kan nog extra worden bemoeilijkt doordat de wind vandaag uit een andere richting komt, zegt de Belgische brandweer. Ook is het een lastig begaanbaar gebied, aldus een brandweerofficier.
Bij de brandbestrijding worden meerdere blushelikopters ingezet. Ook brandweerkorpsen uit Duitsland en Belgisch Limburg helpen met blussen. Boeren uit de regio springen bij door met tractoren en watertanks bermen met water te besproeien.
Daarnaast heeft het Belgische leger drie Panther-brandweerwagens gestuurd. Deze hebben een capaciteit van 10.500 liter water en hun waterstraal heeft een bereik van 90 meter.
Bewoners in de buurt van het natuurgebied en bezoekers van de Hoge Venen worden door de autoriteiten opgeroepen de bossen te vermijden. Ook moeten mensen ramen en deuren gesloten houden. Meerdere wegen in de regio zijn afgesloten. Boven de gemeente Baelen, waar het natuurgebied onder valt, zijn grote rookpluimen te zien.
Dicht bij brand in Duitsland
De brand in België woedt op zo'n 35 kilometer afstand van de natuurbrand in het westen van Duitsland. Daar staat in de gemeente Hürtgenwald, op zo'n 20 kilometer van de grens bij Vaals, 400 hectare bos in brand. Het is de grootste brand ooit in de deelstaat Noordrijn-Westfalen. Gisteren werden rond de 2000 inwoners uit het dorp Gey geëvacueerd.
Volgens de lokale autoriteiten in Duitsland boekt de brandweer inmiddels vooruitgang met het bestrijden van de brand. "Gisteren ging het om een strijd en nu gaat het om gecontroleerd werk", aldus een lokale bestuurder. Het dorp Gey blijft echter vooralsnog ontruimd.
Munitie uit WO II
De bluswerkzaamheden bij Gey worden bemoeilijkt door munitie uit de Tweede Wereldoorlog die in het gebied ligt, bevestigde het Duitse ministerie van Binnenlandse Zaken eerder al. Volgens Duitse media zijn er ondertussen meerdere explosies gehoord.
Hoe de brand in de Hoge Venen is ontstaan, is nog niet bekend. Europa wordt al langere tijd geteisterd door natuurbranden. De regionale Limburgse omroep L1 meldt dat de branden voor rookoverlast zorgen in delen van Zuid-Limburg.


