Schuilkelders in Israël oneerlijk verdeeld, vooral bedoeïenen kwetsbaar

7 maart 2026 19:00

Israëliërs die rennen naar de schuilkelder bij een luchtalarm, het zijn beelden die deze dagen veel voorbijkomen. Maar lang niet iedereen heeft de optie, publieke schuilkelders zijn oneerlijk verdeeld over het land. Met name de Palestijnse inwoners van Israël hebben lang niet altijd een veilige plek om naartoe te vluchten bij een raketaanval.

Zo'n twintig procent van de Israëlische bevolking is Palestijns. Het zijn Palestijnen die na de stichting van de staat Israël in 1948 om verschillende redenen konden blijven. Inmiddels zijn deze Palestijnen Israëlische staatsburgers geworden, maar hun veiligheid heeft voor de Israëlische regering aanzienlijk minder prioritiet.

Ongelijke verdeling

Volgens een eerder onderzoek van de Israëlische ombudsman staan van de ongeveer 12.000 publieke schuilkelders in Israël er maar 37 in de dorpen waar Palestijnen wonen. Terwijl zij net zoveel gevaar lopen om door een raket te worden geraakt als Joodse Israëliërs.

De ongelijkheid tussen Joodse en Palestijnse burgers op het vlak van veiligheid is al jaren een probleem. Elke keer als er door een aanval doden of gewonden vallen in de Palestijnse gemeenschap in Israël, laait de discussie weer op. Maar verbetering blijft uit, met als gevolg een groot gevoel van onveiligheid bij de Palestijnse gemeenschap.

Volgens een recente peiling van het Israel Democracy Institute in Jeruzalem voelt 74 procent van de Joodse inwoners zich beschermd tegen de Iraanse aanvallen. Bij de Palestijnse inwoners is dat maar 15 procent.

Bedoeïen

De situatie is het schrijnendst bij de bedoeïenen. In het zuiden van het land in de Negev wonen zo'n 300.000 bedoeïenen die zich daar in dorpen en steden hebben gevestigd. Ruim tweederde van die groep heeft geen toegang tot een schuilkelder.

Een groot deel van de bedoeïen woont in dorpen die niet door de staat Israël worden erkend. De dorpen zijn daarom niet aangesloten op voorzieningen als stroom en water en dus zijn er ook geen schuilkelders.

Layla Alfrejat is een van hen. Zij woont in het dorp Bir al-Mashash met haar man en hun zeven kinderen. "Er is hier geen enkele schuilkelder. Ik ben bang en op het moment dat de luchtalarmen afgaan weet ik niet wat ik moet doen. Ik moet sterk blijven voor mijn kinderen, maar ik ben niet sterk want ik ben bang", zegt ze. En die angst is gegrond, want tijdens de oorlogen van de afgelopen jaren vielen er doden en gewonden door raketten.

Schuilen in een tunnel

Bir al-Mashash en een aantal andere dorpen liggen ook nog eens vlak bij een militair vliegveld dat tijdens een oorlog een mogelijk doelwit kan zijn. En dus zoekt men naar alternatieven voor een schuilkelder, zoals een lage tunnel die onder de snelweg langs de dorpen loopt.

Alfrejat laat de tunnel zien: "Ik kan op deze plek niet rechtop staan. Er geen wc, helemaal niks. In de nacht is het donker. Op sommige momenten zitten we hier met 200 mensen. Iedereen zit bovenop elkaar en er wordt geschreeuwd. En je ziet de raketten in de lucht vliegen. Het is echt heel eng."

Bovendien ligt de tunnel dus buiten de dorpen en is die voor veel mensen te ver weg. Ook Alfrejat heeft een kwartier nodig om er te komen, maar dat is niet snel genoeg. "Soms zie ik de raketten al in de lucht als ik nog onderweg ben. En voor mensen die slecht ter been zijn is dit helemaal niet te doen. Die blijven maar gewoon thuis."

Rechten

Bewoners blijven met hulp van maatschappelijke organisaties eisen dat de staat ook hun veiligheid garandeert. "Wij zijn de oorspronkelijke bewoners van dit gebied. Wij woonden hier al voordat de staat Israël in 1948 werd opgericht. Wij moeten daarom dezelfde rechten krijgen als andere burgers", zegt Maegel Hawashli. Hij is hoofd van koepelorganisatie van de niet-erkende dorpen. "Dit is toch een democratisch land? Hoe kan het dan dat die andere inwoners wel schuilkelders krijgen en wij niet? Wij zijn constant bang voor raketten en willen een plek om te kunnen schuilen."

Alfrejat is het daarmee eens: "Wij vragen niet meer dan waar we recht op hebben. We vragen om iets simpels. Als een land een oorlog begint moet het eerst de eigen burgers kunnen beschermen. Meer dan dat vragen we niet."

 

Woonwagenbewoners zoeken invloed in gemeenteraad: 'Niet over ons, maar met ons'

7 maart 2026 18:37

Het tekort aan standplaatsen voor woonwagens loopt al jaren op. Na jarenlange wachtlijsten, rechtszaken en niet nagekomen politieke beloften kiezen woonwagenbewoners nu voor een andere strategie: zelf plaatsnemen in de gemeenteraad.

Een voorbeeld is Maastrichter Willem Schneider. De 41-jarige dakdekker staat op de CDA-lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart. Schneider woont al jaren op de Vinkenslag, officieel woonwagenplaats De Karosseer. Hij maakt zich hard voor uitbreiding van het aantal standplaatsen in Maastricht.

"Ik hoop een vinger in de pap te krijgen, om dit vanuit de gemeenteraad echt op te lossen", legt hij uit. "Niet over ons praten, maar met ons." Schneider staat op nummer negen van de lijst en hoopt met voorkeursstemmen in de gemeenteraad te komen. Het CDA heeft nu vier raadsleden.

Tekort aan standplaatsen

Hij is niet de enige uit de woonwagengemeenschap die de stap naar de politiek zet. In onder meer Amersfoort, Haarlem, Helmond, Hoogeveen en Leeuwarden staan kandidaten op de lijst met een woonwagenachtergrond. Allemaal streven ze naar erkenning van hun cultuur en uitbreiding van standplaatsen.

De meest recente cijfers laten zien dat gemeenten nauwelijks nieuwe standplaatsen voor woonwagens hebben gerealiseerd. Tussen 2020 en 2022 kwamen er in Nederland 49 plaatsen bij.

"De behoefte stijgt, terwijl het perspectief wordt uitgesteld", zegt Dominic Teodorescu, universitair docent politieke en economische geografie aan de Universiteit van Amsterdam. "Sinds 2018 zijn er nog geen honderd nieuwe standplaatsen bijgebouwd. De algemene woningvoorraad is wel toegenomen."

Het tekort aan woonwagenlocaties is een groot probleem binnen de gemeenschap. "Het samenleven in familieverband hoort bij onze cultuur", zegt voorzitter Sabina Achterbergh van de vereniging Sinti, Roma en Woonwagenbewoners Nederland. "Onze grootste wens is om genoeg ruimte te krijgen om onze cultuur te uiten."

Uitsterfbeleid is verboden

Die cultuur komt door de structurele tekorten steeds verder in het nauw. Sinds 1999 is het aan gemeenten om woonwagenbeleid te maken. Veel gemeenten pasten daarna een zogeheten 'uitsterfbeleid' toe: als een woonwagenbewoner overleed, verdween ook zijn of haar standplaats.

In 2014 oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat overheden verplicht zijn om de cultuur en levensstijl van woonwagenbewoners te faciliteren. Ook het Nederlandse College voor de Rechten van de Mens veroordeelde het uitsterfbeleid en stelde dat gemeenten woonwagenbewoners discrimineerden.

Ook in 2014 werd de woonwagencultuur erkend als cultureel erfgoed. "Maar tegelijkertijd liet de overheid ook toe dat die cultuur verdween", legt Teodorescu uit. "Dat veranderde in 2018, omdat er steeds meer druk kwam vanuit de nationale ombudsman, Europese organisaties en omdat een nieuwe generatie woonwagenbewoners politiek geëngageerd werd."

Door die druk kwam er in 2018 nieuw beleid. Teodorescu: "Ook die beloftes zijn nog niet ingelost. Het uitsterfbeleid gaat weliswaar niet meer op een harde manier verder, maar het is nu een uitstelbeleid geworden."

Dat ervaart de gemeenschap ook, zegt Achterbergh. "Wij voelen dat wij stilstaan. Ik ken iemand die van zijn 18e tot zijn 50ste moest wachten op een plaats. Die kreeg hij pas toen een ouder overleed. En wat ons betreft, is dat uitsterfbeleid 2.0."

Wat betekent dat concreet voor de gemeenschap? "Veel mensen blijven tot late leeftijd thuis wonen. Kinderen en kleinkinderen wonen bij grootouders in de wagen of in schuurtjes", vertelt Achterbergh. Een enkeling doet wat ze een 'noodgreep' noemt en wijkt uit naar stenen huizen. "En dan is onze cultuur weer schade toegebracht."

Ontwikkeling naar politiek

"Ik zie absoluut een ontwikkeling dat zij nu de politiek opzoeken", zegt Teodorescu. Vanuit de belangenvereniging probeert Achterbergh woonwagenbewoners aan te sporen om mee te doen. "Het is niet gezegd dat ze zetels winnen, maar het zegt wel wat. Ze hebben de hoop dat ze nu echt iets kunnen veranderen."

De Maastrichtse kandidaat Schneider heeft die hoop inderdaad. "Ik denk dat je het lokaal moet aanpakken. Daar ligt de sleutel voor oplossingen."

De gemeente Maastricht laat weten dat de realisatie van standplaatsen voor woonwagenbewoners veel tijd in beslag neemt. Op dit moment wordt gewerkt aan de uitbreiding van drie locaties. Ook is er grond aangekocht voor een nieuwe locatie. Het voorstel daarvoor wordt de komende maanden aan de gemeenteraad voorgelegd.

 

Tanzania houdt zich niet aan akkoord en stuurt Burundezen terug naar huis

7 maart 2026 17:57

Duizenden vluchtelingen uit Burundi die vaak al jarenlang in buurland Tanzania wonen, worden sinds kort met harde hand teruggestuurd. De twee landen in het oosten van Afrika hadden afspraken gemaakt over de terugkeer van mensen, maar Tanzania houdt zich niet aan de voorwaarden, zegt de VN-organisatie voor vluchtelingen UNHCR.

Volgens de afspraken moeten vluchtelingen met respect worden behandeld en hebben ze de keus om terug te keren of niet. Maar Tanzania wil al lang van de migranten af. Twintig jaar geleden beloofde de heersende partij al om het land "vluchtelingenvrij" te maken.

Sinds kort is Tanzania begonnen met het slopen van de huizen van vluchtelingen, vertelt een 33-jarige verpleegkundige aan persbureau AFP. "Ze breken de muren van onze huizen af. We kunnen niets doen, want de politie schiet op ons als we ons verzetten." Ook zijn er kerken vernield en zijn scholen en ziekenhuizen gesloten.

Eén van de armste landen

Volgens de afspraken zouden er elke week 3000 mensen naar Burundi terugkeren, maar nu zijn het er vaak veel meer.

Ruim tien jaar geleden was er een uitbarsting van politiek geweld in Burundi, één van de armste landen ter wereld en iets kleiner dan Nederland. Tegenstanders van de regering werden vermoord en in massagraven gegooid. 400.000 mensen vluchtten het land uit.

Volgens Amnesty International is het de laatste jaren weer wat rustiger in Burundi, maar er zijn nog steeds willekeurige arrestaties, buitenrechtelijke executies en er is geen vrijheid van meningsuiting.

Bij de verkiezingen van vorig jaar mochten oppositiepartijen niet meedoen. De regeringspartij claimde vervolgens 96 procent van de stemmen.

Toch zijn veel vluchtelingen de afgelopen jaren teruggekeerd, maar in Tanzania wonen nog steeds zo'n 100.000 Burundezen. De mensen die nu teruggaan, hebben in Burundi meestal geen huis meer, ze kunnen geen werk vinden en voor hun kinderen is er geen plek op school.

Bovendien worden ze door het autoritaire regime vaak beschouwd als dissidenten, zeggen mensenrechtenactivisten. Een hoge regeringsfunctionaris ontkent dat. "Burundi is nu een toonbeeld van vrede. Wie zegt dat mensen gedwongen terugkeren, is een leugenaar," zegt hij tegen AFP.

Vluchtelingen uit Congo

Ondanks die woorden is Burundi nauwelijks in staat om al die duizenden mensen weer op te nemen, want het land kampt met meer migrantenstromen. Ook in het westelijke buurland de Democratische Republiek Congo zijn mensen massaal op de vlucht geslagen voor de oorlog die weer is opgelaaid.

Inmiddels vangt Burundi al bijna een kwart miljoen Congolezen op. Zij komen terecht in opvangkampen, waar de omstandigheden miserabel zijn. Klinieken zijn geplunderd: de medicijnen zijn op en er is bijna geen eten meer.

Burundi heeft de internationale gemeenschap om 85 miljoen euro hulpgeld gevraagd. Daar heeft het land nog niet een derde van ontvangen. De Europese Unie gaf vorige maand 4 miljoen euro aan noodhulp. Volgens hulporganisaties ter plekke kunnen ze het daar een paar maanden mee volhouden.

 

Verdachte van 34 jaar oude moord in Den Haag onverwacht vrijgelaten

7 maart 2026 17:20

De Haagse rechtbank heeft een man vrijgelaten tegen wie onlangs nog 14 jaar celstraf was geëist wegens betrokkenheid bij een moord in 1992.

Dat betekent vrijwel zeker dat de nu 71-jarige verdachte wordt vrijgesproken, laat zijn advocaat weten bij Omroep West. De geruchtmakende moord op garagehouder Loek van Dam in Den Haag blijft daardoor hoogstwaarschijnlijk onopgelost.

De zoon van Loek van Dam reageert teleurgesteld via zijn advocaat Sébas Diekstra: "Cliënt had gehoopt dat er nu eindelijk, na al die jaren, voor eens en voor altijd duidelijkheid zou komen over wat er met zijn vader is gebeurd en wie daarvoor verantwoordelijk is", zegt hij. "Voor nabestaanden is het uitblijven van volledige antwoorden buitengewoon zwaar."

Bekende cold case

De moord op de 64-jarige Louis 'Loek' van Dam is al jarenlang een van de bekendste cold cases van Nederland. Hij werd eind januari 1992 dood gevonden in zijn garage. Hij bleek van achteren met zes kogels te zijn doodgeschoten.

Roofmoord werd meteen uitgesloten. Zijn portemonnee met bijna 1800 gulden zat nog in zijn zak. Wel kwam als mogelijke verdachte vrij snel Ruben B. in beeld. Volgens het Openbaar Ministerie (OM) had B.'s vrouw een affaire met de garagehouder en kon B. dat niet verkroppen.

Ruben B. zat in 1992 enige tijd vast, maar werd vrijgelaten en de zaak werd geseponeerd wegens gebrek aan bewijs.

Anonieme tip

Ongeveer een jaar geleden werd B. opnieuw opgepakt na een anonieme tip dat hij zijn destijds 15-jarige zoon de moord had laten plegen. De zoon werd ook opgepakt, maar de verdenking tegen hem bleek verjaard.

Het OM zette de zaak tegen Ruben B. wel door. Op 16 februari moest hij voor de rechter verschijnen. "Loek van Dam is geëxecuteerd zonder de moordenaar in zijn ogen te kunnen kijken", zei het OM toen.

B. ontkende elke betrokkenheid. "Ik heb die meneer niet vermoord, ik heb geen wapen in mijn handen gehad", zei hij in de rechtbank. "Ik heb ook niemand dat gevraagd."

'Roddelpraat'

Tijdens de rechtszaak kwam het OM nog met afgeluisterde gesprekken van B.'s familie, waaruit zijn betrokkenheid bij de moord zou blijken. B. noemde dat "roddelpraat".

Hoewel de rechtbank nog geen inhoudelijke toelichting heeft gegeven op B.'s vrijlating uit voorlopige hechtenis, lijkt het erop dat de rechters nu concluderen dat er geen wettig en overtuigend bewijs is dat hij betrokken was bij de moord.

Of dat inderdaad zo is, blijkt op 24 maart. Dan doet de rechtbank uitspraak. Het OM zegt door de rechtbank op de hoogte te zijn gesteld van de vrijlating van B., maar wil niet reageren. "Wij wachten het vonnis van de rechtbank af", laat een woordvoerder weten.

 

Zweden entert schip, vermoedelijk van de Russische schaduwvloot

7 maart 2026 16:43

Zweden heeft een schip geënterd dat vermoedelijk onder valse vlag voer. Dat meldt de Zweedse kustwacht op een persconferentie. Het schip 'Kaffa', met Guinese vlag, was onderweg naar Sint-Petersburg toen het in de Zweedse territoriale wateren werd tegengehouden.

De Zweedse kustwacht is een onderzoek begonnen. Vermoed wordt dat het schip tot de Russische schaduwvloot behoort. Dat zijn schepen die onder de vlag van een ander land varen om de sancties tegen Rusland te omzeilen.

De Zweedse minister van Civiele Verdediging zegt op X dat niet duidelijk is van wie het schip precies is. Volgens hem is het afgelopen zomer van de Russische vlag op de Guinese overgegaan.

 

Nederlanders tanken massaal over de grens, 'scheelt een berg geld'

7 maart 2026 15:16

Sinds het begin van de aanval van de Verenigde Staten en Israël op Iran stijgen de Nederlandse brandstofprijzen en gaan ook meer Nederlanders de grens over om te tanken. Vooral het tanktoerisme naar België is gestegen, omdat de benzine daar tot 70 cent per liter goedkoper is.

Ook in Duitsland tanken meer Nederlanders, al is het prijsverschil aan de pomp daar iets minder groot. "Jammer van die oorlog ginder, dat is natuurlijk niet zo leuk voor die mensen. Maar ja... het scheelt toch een berg geld buiten Nederland", zegt een Nederlander die zijn tank volgooit in Zelzate bij Omroep Zeeland.

Zelzate ligt net over de Belgische grens bij Sas van Gent en loopt de laatste dagen vol met auto's met gele kentekens. "Ik denk dat het wel een aantal tientjes scheelt", stelt een andere Nederlander die na zijn auto ook nog een stuk of zes grote jerrycans met benzine vult. Hij komt naar eigen zeggen uit Zuid-Holland.

Sommige Nederlanders hadden jerrycans meegenomen om te bunkeren:

De benzineprijzen zijn de laatste week overal snel gestegen, ook in België, maar daar houden ze geen gelijke pas met Nederland. Waar een liter Euro 95 in Nederland nu 2,37 euro kost, wordt in België 1,59 gerekend. Wie het uitkient en bij een supermarktpompstation tankt, betaalt nog een paar cent minder.

Ook in Duitsland is het bij veel tankstations mogelijk om een liter Euro 95 onder de 2 euro aan te schaffen, meldt L1 Nieuws. De automobilistenclub ADAC, de Duitse tegenhanger van de ANWB, merkt daarbij op dat tanken in Duitsland in de ochtendspits vaak duurder is dan in de avond.

De ADAC waarschuwt Nederlandse tanktoeristen dat de wachttijden aan de pomp in het grensgebied flink kunnen oplopen.

Aanschuiven tot ver in de straat

Dat is in België allang het geval. Volgens de Vlaamse omroep VRT, die ook in Zelzate ging kijken, is het daar filerijden. "Wanneer we rond het middaguur toekomen, staan de auto's aan te schuiven tot ver in de straat", aldus VRT NWS. "Opvallend: zowat alle nummerplaten in de rij kleuren geel met zwarte letters."

"Ik heb even in de rij moeten staan, ja", reageert een Nederlandse automobiliste. "Maar dat is niet erg. Dat doe je in de supermarkt toch ook?"

Drive, een brancheorganisatie van zo'n 1300 Nederlandse tank- en laadstations ziet het tanktoerisme met lede ogen aan. De organisatie dringt er op aan dat het kabinet maatregelen neemt om de prijs van brandstoffen naar beneden te krijgen. "Het wordt zo langzamerhand onbetaalbaar", zegt Martin van Eijk. Hij wil een lagere btw en een hoge accijnskorting op benzine en diesel.

 


Copyright © 2006-2026 - www.ramonpieper.nl